25 maart 2007

Pijn


'Hel moet' schoot het door mijn hoofd, toen ik begon aan het boek van Helmut Krausser. Het lezen deed me geen pijn aan de oren, wel deed het me denken en zoeken. Naar structuur, gelijkenissen, gevoelens, menselijke patronen. Ik had vroeger reeds zijn 'Melodieën' beluisterd, maar ik ben er niet heler vandaan gekomen. Het boekje trok me wel aan. Misschien lees ik zijn 'Thanatos' wel nog eens.

Ik zie een flitsend
blad mijn huid
naderen - vlees
snijdt goed -
druppels ontvluchten
een oase: gespleten
woestijn.

24 maart 2007

?

27 = 1
4 = 0
2 = 3

18 maart 2007

De kat koerst


Een sirene wekte mijn
middagdutje dood
de eerste wagens
passeerden de renners
ook en de laatste was
een groene vlag
wie waren dat? die
gekleurde mannekes
op hun flitsende fiets
en gapende helmen?

Wind

Men zegt dat wind onzichtbaar is, want het is gewoon een verplaatsing van lucht. Deze is dus enkel te zien door de dingen die het voort beweegt: bomen, bladeren, grassprietjes... Maar als hij heel snel voort vliedt, hoor je hem ook. Een windharp werkt op dit principe (Aeolus is zijn naam). Hij huilt, zegt de volksmond (Spoken?). Maar deze nacht was het alsof het varkensbiggen waren die over de dakrand vlogen. De nok waande zich een slagersmes.

In een camera obscura
(wat een droom dan toch wel is)
hoor ik iets van licht
(dat toch iets meer dan leegte lijkt).

Ontastbaar voel ik
biggen vliegen, kreten
snijden beelden op
een flikkerend netvlies.
(Een patroon doopt de
wind tot tekenaar).

Bij het ontwaken
valt de zwarte doos
in duigen: op het laken
blijft nat trillend een foto
achter.

15 maart 2007

La Nuit Voilée


Meestal slapen we 's nachts en zien we niet dat de nacht gesluierd is. Maar juist, de meeste dingen zijn gesluierd, want wie zei dat nu weer dat alles wat we zien een illusie is? Voor de Nocturne (een orgelconcert te Alden-Biesen op 23/08) schreef ik onlangs 9 nachtgedichten (in zwarte inkt en op een zwart blad:). Op deze woordkunstwerkjes zal ik die avond improviseren op het daar voorhanden zijnde orgel en mijn elektronisch labo: de Fantom-S van Roland.

12 maart 2007

Laatste zin


Boeken hebben soms korte hoofdstukken. Ze versnipperen in het begin het verhaal om het dan op het einde te laten samenvallen in één slotgebeurtenis. Elke laatste zin van zo'n hoofdstuk, is meestal ontluikend, ontluisterend, verrassend of draait de ganse denklijn binnenste buiten. Zo'n boek is 'De brand van Istanbul' van Jason Goodwin. Ik ben eraan bezig en het houdt een lezer wakker. De tweebladzijdenhoofdstukken zijn uitermate informatief (Turkije, Sultan, de janitsaren passeren voor het geschiedkundig geestesoog) en bezitten telkenmale een slotzin vol epo.

De Janitsaar

Ik doe niets
dan vechten voor,
met of tegen
een slapende Sultan
of mezelf, een
serenade op zwarte
ketels is mijn
voorspel, een
dodelijke stilte
lijkt een slingerende
terminus onder de
plataan.

Formaties


Als men 's ochtends opstaat, doolt men veelal nog enkele momenten in het Grote Wakenland. Aan de ontbijttafel droomt de nacht nog even door en ben je eigenlijk dicht bij de bron, die inspiratie heet. Zo zag ik vandaag plots dat een welbepaalde formatie op onze tafel, onafscheidelijk is. Hoe, waar en wanneer die combinatie geboren werd, is onduidelijk. Wel staat als een paal boven water, dat ze bestaat en een hechte familie vormt. Het is een trio, een troika, een ménage à trois... Onhoudbaar zou het zijn ze niet alle drie samen op tafel te zetten of weer op te bergen in de kast. Het komt niet in ons hoofd op ze anders te plaatsen. Zonder sluikreclame te willen maken, gaat het hier over alledaagse dingen als een gele dakdoos met peperkoek, een lachende smeerkaas en het blauwe vierkant met speculoos. Ze zijn met onzichtbare draden met elkaar verenigd, een heilige drievuldigheid.