09 april 2007

Bubbels


Zoals elk jaar in de vroege lente, krijg ik zonnebubbels. Als de zon warm genoeg schijnt, lees ik een boek op ons terras. Attributen zijn mijn zonnebril en af en toe mijn Matisse-zonnehoed. (A propos, ik trek me geen snars aan van die 'n' die eventueel na 'zonne' moet komen, die nieuwe spelling kan me geen barst schelen). Maar gegarandeerd komen dan 's avonds reeds rode bobbeltjes op de bovenkant van mijn beide handen, op de toppen van mijn beide oren en op mijn nek. Daar heb ik pigmenten te kort. Daar is een witte plek, als een woestijn op het aardoppervlak. Na enkele weken gaat dit gewoon weer weg en keert mijn huid naar zijn oorspronkelijke staat terug. Ter voorkoming heb ik al alles geprobeerd, zalfjes smeren tot wortelen eten: niets helpt. Dus aanvaard ik het maar als een lenteteken, een zonneteken van nieuw leven. Hoe meer ik lees, hoe meer het jeukt. Ondertussen is 'De geliefde van mijn moeder' van Urs Widmer erdoor en gaat de spiegelroman ervan er ook weldra aan geloven.

08 april 2007

Vogelière


Deze morgen was ik al op mijn paasbest wakker omstreeks 5.00. Ik zat waarschijnlijk met de eikoorts. Wat me toch eerst opviel, was het gekwetter van vele vogels. Onze geburen hadden vroeger een grote volière (vogelière in onze kindermond) en dat riep reminiscenties op. Sedert ze enkele jaren terug de grote populieren uit onze straat gevloerd hebben, komen vele vogels hun ochtendtoilet in onze tuin doen. Het hoge gefluit en getsjilp wordt obligaat ondersteund door de misthoorns van de duiven. Die zijn de koekoeksfagotten in het vogelorkest. Toen ik de laddestoors optrok, was het warempel al mist die de klok sloeg en verschoot ik me een bultje toen ik een rare witte vorm ontdekte in de boom van onze nevenwoner. Toen mijn ogen met de afstand gelijk gesteld waren, ontdekte ik de naam van deze dag: Pasen. Er lag een wit ei in de kruin van de appelaar. (Ik had eerder een peer verwacht:). In ongeëvenaarde analogie, legde ik op mijn kousevoeten een dozijn eitjes kriskras in de living. Buiten was het toch maar koud en nat, die eieren zouden toch maar wak en vies worden. (Nu nog wachten tot de kinderen opstaan om hun ontdekkingskreten te horen.)

06 april 2007

Boerejaar


Na de Provinciale Compisitiewedstrijd en de Koorwedstrijd Euprint te Leuven, zit ik nu in de finale van een orgelcompositiewedstrijd te Kampen in Nederland. Er zijn 6 van de 27 inzendingen weerhouden, waaronder mijn '...een vluchtig vuurtje wordt een waardig water...'. Opdracht was een orgelstuk van minder dan 15' te schrijven over de 4 elementen. Op 12 mei mag ik het gaan uitvoeren en dan zien we wel of er één van de 3 prijzen in ons mandje valt. Er schijnt een magnifiek orgel in de Bovenkerk te staan.

Cash Kaai


Gisteren de maidentrip gereden met de nieuwe wagen. Hij heeft vier wielen, een stuur, een rem en een gaspedaal (en nog veel meer, ik moet het bijgeleverd dik boekje nog lezen). Mijn zware voet is wat gemilderd en ik druk nu de gashendel wat minder hard in, want je zit als het ware in een zetel. Alles beweegt geruisloos, geolied, geurt als een parfumwinkel vol nieuwe olielotions en ik houd constant het verbruikerspeil in het oog:) Het is nog wat wennen in de bochten en het schakelen verdient ook nog wat leertijd. Hij oogt mooi in zijn aroma van koffie verkeerd. Enkel de antenne is wat weerbarstig als ik de garage inrijd. Het angeltje streelt op het laatste moment de opgelaten poort. Dat moet nog bekeken worden. In één woord, we zijn content!

03 april 2007

Snuisteren


Het Snuisterboekje is een vaste waarde op de buslijn 58 van Zonnebeke naar Oostende (nemen dus die lijn:). Het boekje staat vol gedichten en streekinformatie. Men vroeg me een gedicht te schrijven over mobiliteit. Vorig jaar plaatste ik er 2 over een mobile. Dit jaar houd ik het traag, Koning Slowmotion . Ik koos voor een rolwagen.

Rolwagen

Mijn wielen scannen
traag
de stenen voor
me, ik
bepaal de
snelheid niet.
De
weg voor me is
een
prikbord aan haltes.

Het landschap is de traagste
film (de scenarist
at
een klaproos). Bochten

maken roekeloos
mijn
hart. In een
zetel zoek
ik geen
rem. Ik stop
van zelf.


Mijn stuur zijn

twee handen
die
ik sprekend
begeleid,
ik wacht
tot ik
mezelf
voorrijd.


Eeuwig gezeten

rijd ik: mijn benen

draaien rad, ze

tollen een dolle
dans
want ze heten
wiel.

31 maart 2007

Slapen?? Nee toch!


Morgen bestaat het e-zine Het HemelBed 8 jaar!! Proficiat! We doen gewoon voort.

30 maart 2007

Beetje reclame


Op 4 mei om 20u wordt een werk van me gecreëerd voor altfluit en harmonium. Dit traporgel werd vroeger 'l'orgue des pauvres' genoemd. Het stond in kapellen en huiskamers ter vervanging van zijn grotere broer. Er zijn miljoenen van deze blaaspiano's gemaakt. Maar na de 2° Wereldoorlog viel de productie genadeloos stil. Ik houd enorm van de intieme klank van deze instrumenten, er is er ook geen één identiek. Jaren terug kon ik een heel kleintje (1manuaal & 1 register) op de kop tikken, dat juist in de koffer van mijn wagen past. Het is een echt juweeltje, een dame met zoetgevooisde stem. Met Ilse Vromans speel ik in de Maloulaan 3 te Ieper 'La Fée du Vent', een werk oorspronkelijk voor altfluit en orgel (deze versie klinkt voor de eerste keer te Esen op 16/06). Mijn vrouw ontwierp er een kunstwerk in witte klei bij. De tentoonstelling wil de klas keramiek van de SABK te Ieper in het daglicht stellen.

De windfee

De windfee
blaast
zich eeuwig,
haar
bries wordt

een harem breed.


Ze trekt aan

een witte krulwilg,
armen wiegen
de
hemel bloot,
haar kind wordt
een harp
aan
zoetgevooisde
stemmen,
de bomen walsen
zich kaal.

Ze waagt zich
eeuwig jong.