Momenteel inspireert de Zodiak me. Midden mei neem ik een gloednieuwe CD 'Stained Glass' op in de kathedraal te Ieper. Op het grote Anneessens-orgel improviseer ik er op de glasramen uit de kerk. Eén van die brandvensters, die boven de ingang, bevat de dierenriem. Ook ben ik begonnen met het schrijven van 'Twaalf Halogedichten omheen de Zodiak'. Dit project leidt misschien tot het schrijven van liederen op deze teksten voor sopraan en piano. Alvast heb ik er twee, de rest volgt wel.
1/ Aries
O ranzige ram, kom en kam
je horens van je ronkende, ronde
rammelkop, verlaat het groenend
hemelgras en geef op die hoogste
wind van zwart warrelend sterrenstof.
Richt je baken naar beneên
en bespring een laag gelegen
weelde onder ruitende rokken,
akker mij omver en waag
een streek, splijtende gokken
op mijn waterweke beek.
2/ Taurus
O
ademloos staan poten
in jou ik-figuur, schier
sierlijk loopt gestold
bloed door aderen blauw en
bronstig kijkt een gesloten
hart naar jouw beider hoorns.
Sprakeloos valt een verborgen waterval
aan woorden om een gelauwerde
kop. Fraai gefronst groeit een
gebogen lijn tot in een stoere
nek, richting rode lap.
Een siddering vol ingehouden kracht
braakt onhoorbare lava van geloei.
Een frontale aanval vertelt
mij jouw eigen naam:
stier.
Monika van Paemel was jarenlang voorzitter van een hulporganisatie die vanuit Vlaanderen de vluchtelingen en slachtoffers van de oorlog in ex-Jougoslavië, steunde. Haar boek, 'Het Verschil' maakt een relaas van een reis naar het getroffen gebied, doorspekt met herinneringen uit haar eigen leven. In een pakkende stijl worden alle elementen van een oorlog en de vele die Europa hiervoor teisterden, verwerkt. Centraal staan de Lippizanerpaarden, de dressuurparels aan de Weense kroon, die gedurende de 20° eeuw een object tot touwtrekken zijn verworden. Lipica, waar de fokkerij is gehuisvest, is een stad in Slovenië die nu eens onder Oostenrijks, Duits, Italiaans en Joegoslavisch bewind stond. 'Nooit meer oorlog' bleek een holle leuze, nogmaals...
Dit stipje tijd datvandaag zo koelaanvoelt en toch zoanders lijkt dandatzelfde dropje gisterenof morgen, volgende week.Het prikt een stukje steendoor in de klaagmuurvan de weke klaagmuurin mijn hoofd.
Na het boek van Claus (het aangenaamste was de constante wisseling van ik-figuren), terug eentje van Reve. Een verhalenbundel laat ik meestal links liggen, maar de vertellingen zijn hier zo kort dat ik wel snel doorheen het boekje geraak. 'Zondagmorgen zonder zorgen' ventileert de kwetsbare humor van Gerard.
De Marginaliteit van de Hedendaagse Klassieke Muziek
Sedert de opkomst van de lichte muziek (jazz, pop, musical, rock & roll...) in de jaren '50, heeft de klassieke muziek het moeilijk zich te handhaven. Naar verluid beslaat deze maar 5% van het algemene muzikale aanbod. Van die 5% is een heel klein deeltje hedendaags. Onder deze hedendaagse toondichterij verstaat men muziek die door klassiek geschoolde, hedendaagse toondichters wordt vervaardigd. Als men de concertprogramma's (of die op radio en tv) erop naslaat, dan bemerkt men zelfs een grote gêne ten opzichte van muziek die 100 jaar terug werd gemaakt. Muziek van Debussy, Bartok, Prokofjev kan soms juist nog door de beugel. Waarom deze afkeer tot iets dat vandaag wordt gemaakt? Waarom die voorkeur tot een museale praktijk? Hoe komt het dat andere kunstdisciplines daar geen grote last van hebben. Hedendaagse poëzie, literatuur, schilderkunst, beeldhouwkunst of architectuur zitten volop in de lift. Is de hedendaagse klassieke muziek dan zo ver van het publiek gaan staan? Me dunkt kan ik hier twee antwoorden op geven: 1/ Muziek is de meest abstracte kunst die er bestaat. Als de luisteraar iets wil herkennen in het gegeven geordend geluid, dan moet hij de taal verstaan, dan moet hij die kunnen decoderen. De abstractie dient in zijn hersenen concreet gemaakt. Ditvereist een leerproces, een taal leert men niet op één dag. Maar daar wij nu in een snelle consumptiemaatschappij leven, waar alles licht, leuk en direct verteerbaar moet zijn, wordt iets wat tijd en moeite vraagt, opzij gezet. Wat niet direct verstaanbaar is, is waardeloos. In de 20° eeuw is de evolutie van stijl en techniek wat al te snel veranderd. Er ontstond een immense waaier aan verschillende stijlen en de dissonantie maakte al bij voorbaat een kloof tussen het publiek en de componist. In de jaren '50 is die blijven groeien. Mijns inziens probeert de jonge componist op heden die kloof te dichten. In het postmoderne tijdvak waarin we nu leven, komt de consonantie terug aan bod en wordt de verstaanbaarheid groter. Spijtig dat de avant-garde nog steeds gedoemd is tot kleine festivals waar concerten enkel en alleen hedendaagse muziek programmeren. Ik promoot concerten met een gevarieerd aanbod. het publiek kan daar tegen, onderschat de luisteraars niet. Per concert een creatie ten gehore brengen zou een must moeten zijn. Plaats Bach, Mozart, Brahms eens naast een hedendaags werk! Eens proeven van iets anders en iets nieuws, is hier de boodschap. 2/ Muziek is elitair en dat zal zo blijven. Ik geloof niet in de democratisering van klassieke concerten. Alles kan gratis gemaakt worden, concerten kunnen vol lokkertjes gezet worden of componisten kunnen aan cross-over doen. Dit alles blijkt zinloos te zijn of mossel noch vis. Klassiek muziek is van alle tijden en iets vergankelijks hieraan koppelen baadt niet. Ze zal ook steeds kleinschalig blijven. En dat siert haar ook. Dan gaat ze niet ten onder aan grootheidswaanzin of institutionalisering. Klassieke muziek is dus geen tijdelijk massaproduct dat wegwerpbaar is. Het dient gekoesterd en luisteren dient aangeleerd. Het vergt jaren en is een spel van smaak, subjectiviteit en doorzettingsvermogen! Hedendaagse componisten van klassieke muziek zullen nog wel een tijdje anonieme marginalen blijven. Maar als hun muziek als een nieuw ingrediënt in alle klassieke concerten aan bod zou kunnen komen, zal de smaak van de luisteraar na een wijl groter en rijker worden.
Nu er een klein achterhoede gevecht (wat wint er nu: muziek of de taal?) in me om gaat, krijgt taal op heden meer aandacht dan vroeger. Ik ben opgevoed tussen de noten (okker-, wal- en vooral andere) en vond taal gewoon een communicatiemiddel. Maar de laatste tijd kijk en onderzoek ik graag wat anderen ermee gedaan hebben en nog doen en wat de mogelijkheden voor mezelf zijn (gedichten, Het HemelBed, dit blogje, recencies van cd's voor het tijdschrift Ambrozijn etc.). Deze morgen hoorde ik over de radio dat er een website bestond die de betrachting heeft om Nederlandstalige teksten vanaf de Middeleeuwen tot nu te groeperen. Google probeert dit reeds voor de ganse wereld. Toch lijkt de webstek van de 'Digitale Bibliotheek van de Nederlandse Letteren' me zeer interessant.
Na Reve (ik heb toch de verleiding niet kunnen weerstaan om nog 2 boeken van hem deze ochtend uit de bib mee te brengen), staat Hugo Claus op mijn verlanglijstje. Na het inkijken van de artikels 'in memoriam de oude meester' in Knack, kon ik niet anders dan van deze 'naast de Nobelprijs gevallen' Vlaamse schrijver, iets ter hand te nemen.
Beroemd om zijn prozaïsche poëzie, Romeinse kop en het 'Verdriet van België', (van wie ik, buiten enkele gedichten, nog niets gelezen heb - o schande!), koos ik deze morgen 'De Geruchten'. Ik zie wel welk geroezemoes er uit de bladzijden op stijgt.