13 augustus 2010

Oude wijn

In deze dagen van niets doen (moet men niet letterlijk nemen: men doet altijd iets), ben ik gaan grasduinen in mijn oude poëzie. Losse bladeren lagen verpakt in enkele mappen die zich onderaan een andere stapel papieren bevonden. Bij het lezen kon ik niet steeds de ontstaansgeschiedenis van elk gedicht voor de geest halen. Zo bekroop me bij het doorbladeren een gevoel van verwondering en gelukzaligheid. Af en toe zal ik er hier een paar posten, hier komt de spits.

Feniks 1

In de verre nagalm
van zijn krassende kreet
krijst zijn vleugelslag
de as na.

Rook en stof
zijn zijn voedsel,
hij kleedt zich levendig naakt
aan de rode gloed
van het smeulende inferno.

Wit is zijn grijze droom
naar water, wind en vragen
naar het troebele interval
van de zuigende vleugellam
geslagen ziel.

Het geurende mistlicht van de tijd
is zijn hemelse parabool.
Zijn alarmerende snavel
-rood in zijn bewolkt gewaad-
lost op
in het zenith
van zijn geronde
beweging omhoog.

07 augustus 2010

Bratislava

Er even tussen uit knijpen doet deugd: Ryanair hielp ons naar Bratislava, Slovakije. De oude stad is er klein maar mooi. De leuze op de trams is dan ook 'Bratislava, little big city'. Het oude kasteel ('Hrad') domineert het stadsbeeld. Het ruikt er overal nog naar het communistisch verleden. Toch is dit land zich snel aan het aanpassen. Via een plaatselijke muziekwinkel kwamen we in contact met Stanislav Surin, een vooraanstaand organist en musicus. Hij vertelde honderduit over de orgels in zijn streek en het kersverse instrument in de kathedraal van de Slowaakse hoofdstad. Wenen ligt er een boogscheut vanaf, met de trein ben je er in 60 minuten. Ten opzichte van Wenen is Bratislava een provinciestad. De Oostenrijkse hoofdstad wordt overheerst door barokke gebouwen. Terug op onze hotelkamer waren we blij met wat rust. De Slowaken zijn een vriendelijk en rustig volkje. Toch konden ze tijdens de voetbalmatch tegen Belgrado hun mannetje staan tegenover agressieve Serviërs.

Tussen oud en
retro, maar geenszins
ouderwets, staat
deze stad, klein maar
groot, haar mannetje.

Deernes dragen
hoog de borst en
nauw de leest.

Jodelende tramlijnen
waaieren zich een
weg doorheen een
wollige nacht, bliksem-
schichten verlichten
de eerste Karpaten.

Een wit kasteel
spant er hoog de
brandende toorts
en kroon.

10 juli 2010

Festivalitis

Mijn zoon Jan werd verkozen tot 'Gouden Aap'. Dat is een beestje dat jaarlijks door het tijdschrift Humo wordt uitgereikt. Iedereen onder de 30 mocht 3 foto's van bezochte festivals opsturen. Uit 270 inzendingen kwam Jan er als eerste uit. Hij is sindsdien weinig veranderd, alleszins niet richting aap of dat er nu een gulden randje aan hem vast zit. Wel is hij weinig thuis daar hij een 10-tal festivals waar Humo prominent aanwezig is, gratis mag bezoeken. Hij dient er wel de mensen te fotograferen, wat uiteraard geen probleem lijkt te zijn. Na de vakantie zal hij wellicht wel lijden aan een lichte vorm van 'festivalitis'.

Het optreden
hakte een

opening, de

scheur werd
podium van
aaneen gereten

kreten. De

dreun schopte

ritme naar een
aangeschoten
dans,
het licht
splijt
in scherven

de stilte

open.

07 juli 2010

Windvaren

Gisterenavond kon ik mee met een luchtballon van de firma 'Air Events' uit Beselare, een gecombineerd vaderdag-verjaardagsgeschenk! We vertrokken vanaf het grasplein achter de site 'Ieper Business Park'. Na wat uitleg over het ballonvaren en het opblazen van het 25-meter lange canvas, mochten we de mand inklimmen en na ettelijke secondes verlieten we de aarde. In een mum van tijd bewoog de 'Deleye-ballon' zich een 100-tal meters boven de grond en bewogen we ons over de stad. Een prachtig zicht ontplooide zich mede dankzij het mooie weer en een prachtige avondzon. Vanuit dit hoge uitkijkpunt zoek je direct naar gekende plaatsen. Al snel vonden we de Menenpoort, de Grote Markt, de Lakenhalle, de kathedraal en andere kerken. Het enige geluid zijn blaffende honden en de gasblazers juist boven ons hoofd. Vanwege de warme uitstoot is het er niet koud. Met een snelheid van 10 km per uur zweefden we richting Voormezele en Wijtschate. Na een uur vliegen keek Johan, onze piloot uit naar een geschikte landingsplaats, liefst ergens in een weide nog op het Belgisch grondgebied. We landden bij een boer tussen Mesen en Wulveringem. Na een uitermate zachte landing komen al snel wat nieuwsgierige omstaanders de ballon en bijhorende mand bekijken. Nadien werden we allen genodigd aan een kleine dis vol jenever, champagne en versnaperingen. Het is echt een hele mooie belevenis, zonder gevaar. Een crew van enkele helpers is steevast in de omtrek, hoogte dient niet gevreesd te worden en opstijgen en landen is geen hachelijk gedoe. Proficiat aan 'Air Events', een aanrader!

05 juli 2010

Indigestie

Na enkele boeken van de Noord-Noorse schrijfster Wassbo gelezen te hebben, ben ik terug de bib in gedoken en er nog een paar lijvige banden gaan lenen. Ik kick op haar vertelstijl vol poëtische beelden (die het verhaal echt niet stremmen), op haar opbouw van het plot, de haarscherpe tekening van de hoofd- en nevenfiguren, kortom de smaak en geur van haar taal fascineren me. ik hoop dat het niet wordt zoals met de boeken van Palmer. Daar was ik ook verzot op maar na er vijf gelezen te hebben kwamen dezelfde patronen steeds terug zodat het lezen voorspelbaar werd. Daar houd ik dus niet van, dat het lezen een karwei wordt.

27 juni 2010

'De zevende ontmoeting' is reeds mijn derde Wassbo-boek. Het verhaal gaat over het leven van twee jonge mensen dat vanaf hun prille jeugd met elkaar verweven wordt. De schrijfster doet dit op een geniale wijze, vol literair contrapunt. De strijd van de jonge Rut om als kunstenares een eiland in het noorden van Noorwegen te ontvluchten, is het hoofdthema. Onbewust gaat ze op zoek naar een alter ego dat ze meent te vinden in de zoon van een rijke handelaar, Gorm. Op een haarscherpe manier wordt het de lezer duidelijk hoe een adolescent kan worstelen met de eigen identiteit.

10 juni 2010

Per Toeval

Per toeval ben ik op de boeken van de Noord-Noorse schrijfster Wassbo gebotst. Deze auteur heeft een sterke en meeslepende poëtische stijl. Haar hoofdfiguren zijn meestal jonge meisjes die met een psychologisch probleem worstelen. De verhalen rond het misbruikte meisje Tora zijn in een trilogie vervat. Het Boek Dina werd uitgeroepen tot haar beste boek. Wassbo kreeg dan ook menige prijs toebedeeld.